Firma Akkerman

Historie

In 1947 begonnen Lieuwe Dirk Akkerman (1923, Haulerwijk) en Louw Beijert (1928, Haulerwijk) gezamelijk een turfgraverij richting het Ambonezenkamp "Ybenheer" in het Fochteloerveld (Friesland).

De turf werd nat uit het veen gestoken met een stikker en oplegger en daarna op platte kruiwagens gelegd en over planken weggekruid en in dijken gekiept. Wanneer het meeste water uit de turf was weggezakt en de de turf met de hand uit de dijken kon halen, zonder dat deze brak, werd de tuf in ringen opgezet. Wanneer na een droge periode in de zomer de bovenste lagen van deze ringen roog waren, werd de ring omgezet, zodat de droge turf onder en de natte turf boven kwam te liggen. Wanneer alles droog was, kon worden begonnen met het afmennen. (het afvoeren van de turf met paard en wagen).

Er werden twee soorten turf gemaakt: stookturf en aanmaakturf. Omdat stookturf na de winter werd gestoken, verloor dit bij het drogen veel volume en werd het keihard. Aanmaakturf was bedoeld om de kachel mee aan te maken. Deze turf vatte gemakkelijk vlam, omdat deze voor de winter werd gestoken, daardoor behield deze turf meer volume en bleef sponzig en poreus ook na droging.

Het was seizoenarbeid, in de winterperiode gingen veel turfgravers naar de Suikerfabriek Vierlaten in Hoogkerk.

Als Louw Beijert in 1952 een vaste baan kan krijgen bij Philips in Drachten, zegt hij het ondernemerschap vaarwel.

Lieuwe Akkerman, getrouwd met Jacoba Hooysma, (1924, uit Haule) zette samen met zijn vrouw het bedrijf voort. In het hoogseizoen waren er jaarlijks zo'n acht tot tien personen werkzaam in de turf, de vakantiewerkers meegerekend. Ze hielden zich bezig met het omzetten en het afvoeren van de turf.

Lieuwe Dirk Akkerman

Vanaf de zestiger jaren verplaatst de vervening zich naar de Fochteloerveenweg. Er word een loods gebouwd. Tegenwoordig heeft Natuurmonumenten deze lood in gebruik voor opslag. Later word nog een tweede loods bijgezet, die in 1986 door Natuurmonumenten wordt afgebroken.

De afzet van stook- en aanmaakturf wordt sterk bemoeilijkt door de opkomst van kolen en later ook van aardgas. Het turfsteken gaat echter door. Anne Blauw, vaste turfsteker bij Akkerman, steekt alleen nog maar grote bolsterturven, die na droging afgevoerd worden naar de loods aan de weg.

Anne Blauw met de gestoken grote bolsterturf.

 

Deze turven worden vermalen en verpakt in zakjes voor kattenbakstrooisel, dit wordt gedaan door Weitze van der Veer. Daarnaast wordt er door grote draglines veen ontgraven, dat over de heide word uitgestrooid, om tuinturf te winnen. Met gebruikmaking van een tractor, kneuzer en kiepwagen wordt dit veen bewerkt, zodat het laagsgewijs kan drogen en naar voren naar de andere loods kan worden gereden.

Sjors Akkerman (huidig directeur) op de bulldozer.

 

Deze tuinturf wordt tot potgrond verwerkt door er kalk en kunstmeststoffen aan toe te voegen. In de loods werken dagelijks een man of acht die zich bezighouden met de bereiding van potgrond en het verpakken ervan in zakken. De potgrond wordt bijna helemaal verkocht aan groothandelaren en grossiers in de randstad.

In 1980, wanneer er niet meer mag worden verveend in het Fochteloerveen, krijgt Natuurmonumenten het gebied in beheer. De familie Akkerman begint in dat jaar een perceel land van tien hectare te vervenen in het Duitse Georgdorf, 15 kilometer over de grens bij Nieuw Schoonebeek. De tuinturf word afgevoerd naar Waskemee, hier zijn enkele nieuwe schuren gebouwd, waar de tuinturf volautomatisch wordt verpakt door twee zonen van Lieuwe en Jacoba Akkerman: Sjors en Rene.

 

 

 

 

 

Firma Akkerman © 2006  
footer image footer image